Mijn slavenvoorouders waren in Nederland?

Door diverse studies wordt steeds meer bekend over het aantal (vrije) kleurlingen die al vroeg in Nederland verbleven. Carl Haarnack en Dienke Hondius schreven hier in 2008 over in hun essay ‘Black is Beautiful, Rubens tot Dumas’.

Mark Ponte, onderzoeker bij het Stadsarchief van Amsterdam onderzoekt de aanwezigheid van zwarten in Amsterdam en vond zelfs diverse trouwakten en dopen. Zo ook een trouwakte uit 25 maart 1656 van Pieter Bruijn en Sara Fien die bij de Sint Antonispoort woonden.

Compareerden als voorn Pieter Bruijn van Pariba van Brasil […] out 20 jaar geass. met Christoffel […] woonde op de Anthonispoort & Sara Fien van Angola out 20 jaar woonde als voorn.

Twee van mijn voorouders zijn als slaaf naar Nederland geweest, namelijk Lea van Charles Godefroij en Andresa Contrarij van Jacob Jurriaan François Friderici in respectievelijk de 18e en 19e eeuw. Ik weet wanneer ze zijn vertrokken en wanneer ze terug zijn gekomen, maar wat ik niet weet is waar ze verbleven. Bleven ze wel in Nederland of zijn ze zelfs verder geweest? Beiden zijn zoals aan de naam af te lezen is vrijgemaakt. De eerste na haar verblijf in Nederland de ander ervoor. Uit het manumissierekest van Contrarij is de reden van zijn vertrek naar Nederland af te lezen:

Geeven reverentelijk te kennen G.N. Linck; P.F.L. Brunings; S.M. Klein; Q.G. Pichot en J.L. Spillenaar, generale en speciale gemachtigden van J.J.J. de Frederici. Dat den supplianten principaal, zeedert een geruimen tijd ziekelijk is, en volgens het gevoelen van onderscheiden geneesheeren hier te lande, niet wel altans niet spoedig schijnt te zullen herstellen, uit dien hoofde van voornemens is, deeze colonie zo spoedig mogelijk te verlaten. Edoch daar den heer Frederici voornoemd, zijne handen zelfs niet kan gebruiken en dus in de noodzaaklijkheid is, de nodige bedienden meede te neemen, zo heeft hij goedgevonden den neeger Premier en den carboeger Contrarie, beide hem in eigendom toebehoorende, met zich te neemen. Dan daar volgens de coloniale wetten zulks niet kan geschieden zonder daartoe aan den Hove van Politie en Criminele Justitie, den nodige brieven van vrijdom verzoekt en gekreegen te hebben, zo neemen de supplianten de vrijheid Uw Hoog Edel Gestrengen namens hunnen principaal aller ootmoedigst te verzoeken om bij non sessie van welgemelden Hove, aan de voornoemde slaven Premier en Contrarie brieven van vrijdom te verleenen, met dispensatie van de wet waarbij de vrijgemaakten verpligt zijn niet uit deeze colonie te vertrekken dan jaar en dag na bekomen vrijdom, bereid zijnde de daartoe staande boetens etc. te betalen. ’t Welk doende etc. Paramaribo, den 14 april 1819. G.N. Linck qq; J. Brunings qq; J.C. Spillenaar qq, meede voor de heeren A.H. Klein en Q.G. Pichot.

Dat ik in deze lijn nog een aantal generaties te ontdekken heb maak ik op aan het feit dat hij stond vermeld als zijnde carboeger wat betekent dat hij een kind is van een mulat(tin) en een zwarte man/vrouw.

Mijn voorvader Contrarij is in 1854 overleden in zijn huis aan de Maagdenstraat te Paramaribo. Hij was op rekening van het Gouvernement begraven op de begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente in de stad.

Meer lezen: