De verbannen moordenaar van plantage Gelderland

De Portugees joodse David Uziel Davilar luidde in 1759 de klok over de verschrikkingen die op suikerplantage Gelderland hadden plaatsgevonden. Hij adviseerde gouverneur Wigbold Crommelin onderzoek te doen naar de moordpartij die de jonge plantagedirecteur had aangericht.

Algemene kaart van Suriname, Alexander de Lavaux, 1737 – 1757

Carel Gustaaf Stip werd in 1736 geboren in het Duitse Oost-Friesland, en kwam op 16-jarige leeftijd vanuit Amsterdam in Suriname aan met het schip De Margaretha. Zeven jaar later was hij amper drie maanden directeur van de aan de Surinamerivier gelegen plantage Gelderland toen hij zichzelf in een vlaag van razernij verloor. Zijn slaven moesten het ontgelden.

De slaven Kokeroko en Prins waren van de plantage weggelopen en in de kraag gevat. Kokeroko was op plantage Rorak gevangen en aldaar zwaar met de zweep gestraft. Toen hij op Gelderland weer was aangebracht is hij met twee gewichten aan de voeten aan een touw opgehangen en opnieuw verschrikkelijk gezweept. Toen de slaaf Oranje hem dezelfde dag voor zonsondergang van het touw losmaakte was Kokeroko al dood en koud. De slaven hebben hem die nacht op de plantage begraven.

Prins was tezamen met Kokeroko binnengebracht op de plantage en aan een touw opgehangen en vreselijk gezweept. Na zijn afranseling is hij losgemaakt en naar het jashuijs* gebracht, alwaar hij de volgende morgen aan zijn verwondingen is overleden.

Tijdens dit gebeuren moet er onrust en protest zijn geweest bij de andere slaven, in ieder geval bij de slaaf Daniel, die zoals het uit de stukken blijkt in opdracht van Stip, door de slavenopzichter en de slaaf Alert, in bedwang werd gehouden. Tijdens dit verzet heeft de 23-jarige directeur hem de keel, het hoofd, de rug en de billen opengesneden.

Ook een kleine slavenjongen moest het ontgelden en werd door Stip in de onderbenen gesneden.

De tweede Raad Fiscaal, Jan Nepveu, verzocht gouverneur Crommelin, (“in een land van goede justitie”) de hoogste straf op te leggen en hem te doen opsluiten in Fort Zeelandia. Uit het verhoor blijkt dat Stip, probeerde de ware toedracht te verdraaien. Op de vraag wanneer Kokeroko was overleden werd gezegd dat hij nog vier dagen had geleefd, terwijl de dood de slaaf enkele uren na zijn afranseling had ingehaald. Ook het moment van overlijden van de slaaf Prins werd bewust verzwegen.

Op de vraag of de situatie rondom de slaaf Daniel op waarheid berustte, vertelde Stip dat hij Daniel liet vastgrijpen, zodat hij niet kon ontsnappen. Hij gaf toe dat hij een mes in de hand had genomen, maar dat hij niet weet hoe het heeft kunnen gebeuren dat Daniel gewond is geraakt. Stip gaf toe dat hij de negerjongen Christoffel, op het moment dat de weggelopen slaven werden binnengehaald, liet afstraffen, vanwege een diefstal, maar dat hij hem niet in de knieën had gesneden. Hij voegde eraan toe dat niet alle verwondingen aan Christoffel aan hem te wijten waren gezien de slaven van Klein Chatillon hem eerder in het gezicht hadden gebrand.

Op de vraag “Waar omme hij dusdaenige verre gaende cruelle behandelinge heeft gepleegt?“, gaf Carel Stip als antwoord dat hij “niet cruell gehandelt“zou hebben. Toch vertelde hij terloops dat zijn geduld op was met slaven die niet naar hem wilde luisteren en dat de joden de slaven hadden opgejut. Volgens eigen zeggen had hij daarover veelvuldig gecorrespondeerd met zijn compagnon, maar zijn aanpak had niet het gewenste resultaat gehad.

Zeggende .. laaste generaalijk tot zijn excus dat de joode de slaaven opstookten dat die ook niet werke wilden, dat hij veel geduld had gehad & ook verscheijde maelen zijn patroon daar overgeschreeven had om daar in te voorsien dog het niet was verandert.

Op 9 augustus van dat jaar werd het vonnis tegen Stip uitgesproken; hij werd voor het leven verbannen uit de kolonie Suriname.

Wat vind jij van deze uitspraak? 

Bekijk de originele stukken van de uitspraak van justitie.


*Verpleeghuis op de plantage voor slaven die ziekelijk waren of herstelden van ziektes zoals jaws/jaas/jas (Framboesia tropica).

Bron: ARA, Raad van politie Suriname, 1.05.10.02, 947, Surinaamsche Almanak voor het Jaar 1835(1834), blz. 149 t/m 151

Advertenties

Een gedachte over “De verbannen moordenaar van plantage Gelderland

  1. Ik krijg rilling van lezen van toen met weggelopen slaven triest te bizar bovendien van eigen roots uit India Bihar Patna hebben 10 jaar contract arbeid verricht op deze plantage .Daarom is mijn zoektocht terug denken in die tijd een verademing te weten te komen wie die personen waren eigenaar bloedzuigers.Mijn roots hebben gewerkt periode 1890-1900
    groetjes Ch.R.Bhattoe(Paswan)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s