De familie Gülcher en aanverwanten waren eigenaar van de plantage Rust en Werk (Beneden Commewijne) in Suriname. Bij het overlijden van zijn schoonmoeder (Maria Pannekoek (1751-1808), kreeg koopman Theodor Gülcher (1777-1839) katoenplantage Rust en Werk in handen.
Zijn oudste zoon Pieter Constantijn (Gülcher 1802-1881) had andere plannen met de plantage en maakte van Rust en Werk een EBG zendelingschool. Na zijn dood nam zijn neefje Jan Marie Gülcher de plantage over en doopte deze in 1889 om tot Cultuurmaatschappij Rust en Werk (suikerfabriek). Jan Marie had zijn zwagers (S. en Th. van Lierop) benoemd tot directieleden.
De NV hield in 1934 op te bestaan onder leiding van Carel Frederik Gülcher (1883-1964).
Onderstaande foto’s zijn afkomstig uit het archief van Jan Marie Gülcher te vinden in het Nationaal Archief (2.21.077-34/19).








