Bananen en bakkeljauw

Als u zich weleens heeft afgevraagd wat onze slavenvoorouders aten dan is onderstaande misschien wel interessant te lezen. Bij wet werd namelijk vastgelegd hoeveel, hoe vaak en welk voedsel aan de slaven verschaft moest worden door de slaveneigenaren.

Tekening door de Belg P.J. Benoit  (1782)

Tekening door de Belg P.J. Benoit (geb. 1782)

De eigenaren bepaalden zelf wat er verstrekt werd. Dit kon per plantage, eigenaar of zelfs seizoen verschillen.

Slaven ouder dan 14 jaar, zowel behorende aan particulieren als plantages en gronden moesten tenminste het volgende uitgereikt krijgen:

A

  • wekelijks 2 bossen bananen, tezamen niet minder dan 56 ‘oud Amsterdamsche‘ ponden (dit staat gelijk aan 56 * 494,09 gram = 28 kilogram) of

    9 pond rijst (4,4 kilogram) of 2

    2 ponden yams (11 kilogram) of 35 ponden goede taijers of 9 pond koornmeel of 9 pond tarwemeel of 8 pond gort of zoveele ponden erwten, boonen, maïs, of cassave als in voedingsvermogen met eene der bovengenoemde hoeveelheden levensmiddelen gelijk staan.

B

  • wekelijks 3 ponden bakkeljaauw  of andere gezouten visch of 3 pond gezouten of gerookt vleesch of 3 pond haring of makreel 2/5e pond versch  rund-cabrieten- of varkensvleesch daags

C

  • maandelijks 1 pond zout

Uit ieder onderdeel (A, B, C) moesten slaven iets toegewezen krijgen. Kon de eigenaar niet A en of B niet in natura uitkeren dan moest hij de slaven ter compensatie geld geven. Bij gebrek aan A werd fl. 0.30 uitgekeerd, bij gebrek aan B, fl. 0.40. Indien A en B beiden niet uitgereikt werden dan kreeg iedere slaaf ouder dan 14 jaar wekelijks fl. 0,70 uitbetaald.

Slaven van 8 t/m 14 jaar kregen de helft aan voedingsmiddelen en of gelden uitgekeerd. Slaven onder de 8 jaar een derde. Voor zieke slaven werd per dag gekeken wat zij behoeften.

*Slaven die over eigen kostgrond beschikten, konden deze één dag in de week aanleggen en onderhouden, maar kregen geen uitreiking van droge kost.

Wolter Robert baron van Hoëvell (1812-1879) bron: parlement.nl

Wolter Robert baron van Hoëvell (1812-1879) bron: parlement.nl

De liberale politicus Dr. Wolter Robert baron van Hoëvell (1812-1879) was fel tegenstander van de slavernij en hield, in zijn boek ‘Slaven en vrijen onder de Nederlandsche wet’, de norm van uitgereikte voedingsmiddelen tegen het licht. Hij concludeerde dat het hoogst zelden tot nooit voorkwam dat slaven in Paramaribo iets anders dan bananen en bakkeljauw uitgereikt kregen. Hoewel het gouvernement spreekt van het uitreiken van alternatieven, zijn deze levensmiddelen in de gewone tijd allen duurder in prijs dan de genoemde twee soorten hoofdvoedsel, zodat deze niet uitgereikt werden. Voorts zegt van Hoëvell dat slechts enkele slaven zout, vers vlees of spek kregen.

Van Hoëvell wijst de lezer er daarnaast op dat van de 56 ponden, die de 2 bossen bananen tezamen tenminste moeten wegen, na het verwijderen van steel en schil nog niet de helft van het oorspronkelijke gewicht overblijft.

Ter vergelijking kreeg een soldaat of jager wekelijks het volgende uitgekeerd:

  • Drie ponden gezouten vleesch
  • Een half pond gezouten spek
  • Zeven ponden brood
  • Twee en een half pond rijst
  • Een pond zout
  • Een half pint azijn
  • Een pint jenever of brandewijn

Daarnaast kreeg een Europese soldaat een wekelijks traktement van fl.0.335. Koloniale guides (merendeels Afrikaanse en gekleurde jagers) kregen fl. 0.25.

Hiervan werd voor iedere soldaat / jager voor fl. 0,135 de volgende levensmiddelen aangeschaft: een bos bananen (ruim), drie ponden bakkeljauw, een half pond vers vlees, wat rookspek, kleine behoeften en nu en dan een buitengewone versnapering, zodat er wekelijks nog twintig cent overblijft voor was- en zakgeld.

Tomtom stamt uit de slaventijd, waarbij men van (bak)bananen ballen maakten, voor bijvoorbeeld in de pindasoep of bij okro bravu. De oorsprong van dit gerecht ligt in Afrika waar het doorgaans fufu heet.

Vond u dit bericht interessant, geef mij dan een beoordeling en deel het met uw vrienden!! Onder dit bericht ziet u de opties.

Bronnen:
*Voeding slaven – Reglement op de behandeling der slaven in de stad Paramaribo en hare buitenwijken, en in de stad Nieuw Rotterdam of zogenaamde Nickerie-punt – Gouvernementsblad Suriname, bijlage b, publicatie 1851, nr. 4, publicatie 1853, nr. 10 via books.google.nl
*Dr. Wolter Robert baron van Hoëvell – Parlement.nl, ‘Slaven en vrijen onder de Nederlandsche (1854), Joh. Noman en Zoon, Zaltbommel 1855 via HathiTrust.org en DBNL.nl
*Maten en gewichten – Meertens Instituut, Oude Nederlandse maten en gewichten – Meertens.knaw.nl