Tweede Cola Debrot-lezing

De Werkgroep Caraïbische Letteren organiseert de Tweede Cola Debrot-lezing. De eerste werd eind 2008 gegeven door Nobelprijswinnaar Derek Walcott. De tweede zal gegeven worden door de Cubaans-Amerikaanse auteur Ana Menéndez.

Ana Menéndez geldt als een van de grootste opkomende talenten uit de Caraïbisch-Amerikaanse literatuur. Zij is de dochter van Cubaanse ballingen in de VS. Zij werkte als journaliste voor o.m. The Miami Herald, en publiceerde tot op heden drie boeken: In Cuba I was a German Shepherd (1997), Loving Che (2003) en The Last War (2009). Haar roman In Cuba I was a German Shepherd werd verkozen tot The New York Times Notable Book of the Year en werd vertaald in acht talen. In Nederland is haar bekendheid echter nog bijzonder gering. Als jong auteur (geboren in Los Angeles, 1970) is zij na de éminence grise van de Caraïbische poëzie Derek Walcott, daarom een belangrijke kandidaat voor de Cola Debrot-lezing.

Ana Menéndez wordt ingeleid door Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Na de lezing is er gelegenheid tot vragenstellen en signeren van boeken.

Organisatie i.s.m.Werkgroep Caraibische Letteren. De lezing werd mogelijke gemaakt dankzij de steun van het Nederlands Letterenfonds.

Datum: woensdag 6 april 2011
Tijd: 20.00 uur
Entree: € 5,00, met korting (CJP enz.) € 3,75

Aanmelden voor deze lezing is verplicht, en kan uitsluitend via de website van de OBA.

Foto: Cubra

Over Cola Debrot
Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire). Hij groeide op in Curaçao en in Caracas. Zijn vader had een plantage op Bonaire, zijn moeder kwam van origine uit Venezuela. Thuis sprak hij Spaans en Papiaments; Nederlands leerde hij op de lagere school. Debrot volgde het gymnasium in Nijmegen, en studeerde vanaf 1921 rechten in Utrecht. Hier woonde hij onder andere op Oudegracht 341 en Nobelstraat 17, en was bevriend met onder andere Martinus Nijhoff, Jan Engelman en Pyke Koch.

In 1928 vertrok Debrot naar Parijs, waar hij drie jaar woonde en werkte als ghostwriter. Hij ontmoette daar de Amerikaanse zangeres Estelle Reed, met wie hij trouwde. In 1931 keerde hij terug naar Nederland en volgde een studie medicijnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij een dokterspraktijk in Amsterdam. In het voorjaar van 1945 kreeg Debrot regelmatig bezoek van W.F. Hermans. Debrot nam hem mee naar patiënten en stelde hem voor als “dokter Klondike”; Hermans verwerkte dit later in zijn novelle Dokter Klondyke.

Na de oorlog ging Debrot als arts op Curaçao werken, en tevens raakte hij betrokken bij de politiek. In 1952 kwam hij als gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen naar Den Haag. Hij speelde een belangrijke rol op de ronde-tafelconferenties die leidden tot de nieuwe verhouding tussen Nederland, Suriname en de Antillen. Van 1962 tot 1970 was hij gouverneur van de Nederlandse Antillen. Na deze periode keerde Debrot terug naar Nederland. De laatste jaren van zijn leven bracht hij door in het Rosa Spierhuis in Laren. Hij leed onder zware depressies en werd een periode opgenomen in een psychiatrische inrichting. Ook hierna bleef hij onder medicatie.

In oktober 1981 werd Debrot geopereerd aan prostaatkanker. De operatie verliep voorspoedig, maar eind november kreeg hij alsnog een bloeding. Hij werd opgevangen in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, waar hij op 3 december overleed. Op 7 december werd Debrot te Driehuis in Crematorium Velsen gecremeerd. Zijn as werd vanaf een schip van de Koninklijke Marine verstrooid op de Noordzee.

About these ads

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s