Archief voor 14 november 2009

Handboek Surinaamse Genealogie door SSG en CBG

Op 29 oktober j.l. verscheen Sranan famiri, een handleiding voor Surinaams familieonderzoek, als vijfde deel in de reeks Voorouders van Verre, uitgegeven door het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG). Deze gids is het werk van een aantal mensen, die vrijwel allen afkomstig zijn uit de gelederen van de Stichting voor Surinaamse Genealogie. De tekst is geschreven door Pieter Bol en Jean Jacques VrijHarriëtte Mingoen, William Man A Hing en Radjinder Bhagwanbali leverden belangrijke input voor de gedeelten die betrekking hebben op de Javaanse, Chinese en Hindostaanse bevolkingsgroepen in Suriname. Diverse donateurs van de SSG hebben bovendien foto-materiaal ter beschikking gesteld.

De gids is geschreven om (aspirant) genealogen in zowel Nederland als Suriname op pad te helpen. Uitgebreid worden de in beide landen in bibliotheken en archieven bewaarde bronnen voor familiegeschiedenis besproken, maar ook is er veel aandacht voor wat men thuis, in familiekring of op het internet aan informatie kan vergaren.

Het kennen van de historische achtergrond geeft aan het beoefenen van Surinaamse genealogie een eigen kleur: de geschiedenis van immigratie, de rechtsongelijkheid in de slaventijd, het feit dat er naast het wettig huwelijk in Suriname ook veel andere vormen van man-vrouw verbintenissen hebben bestaan. Daarom is er in deze gids ruim aandacht voor de historische context. Hierdoor is het boek ook interessant voor wie meer wil weten over de geschiedenis van Suriname, verteld als het verhaal van zijn bewoners.

In de reeks Voorouders van Verre zijn eerder handleidingen voor onderzoek naar Molukse, Marokkaanse, Turkse en Antilliaanse voorouders verschenen. Kort na de Surinaamse gids verschijnt het zesde en voorlopig laatste deel in de serie Voorouders van Verre, gewijd aan Nederlands-Indië. Plannen voor een gids voor onderzoek naar voorouders uit China zijn in een vergevorderd stadium.

Bestellen van Sranan famiri is nu reeds mogelijk: zie www.cbg.nl (rubriek nieuws)

Bijeenkomsten Sarnami Huis

Hoe is het met de Hindustaanse (par)ajá, (par)áji, (par) dádi, (par) dádá, (par)náná en (par)náni vergaan vanaf de dag dat ze vrij waren van het contract? Wie gingen er terug en wie bleven in Suriname? Wat is er gebeurd met de mensen die besloten om te blijven? Welke obstakels kwamen ze tegen in hun nieuw leven en hoe zijn ze hiermee omgegaan. Hoe woonden ze? Hoe hebben ze een bestaan opgebouwd? Wat voor werk deden ze? Hoe was het leven in de landbouw? Hoe hebben ze hun kinderen opgevoed? Wat deden ze op het gebied van religie, kunst en cultuur?

Wat hebben uw voorouders u hierover verteld? Welke verhalen zijn bij u bekend?

Wilt u meedoen aan de discussie over het einde van het contract, kom dan naar de derde bijeenkomst in de serie Herinneringen uit de Immigratietijd.
Vraag uw vader of grootvader naar een of meer verhalen uit die tijd, schrijf ze op of neem het op.

Deze bijzondere bijeenkomsten vinden iedere zondag plaats van november tot en met begin december.

Het Sarnámi Instituut organiseert i.s.m. Amrit Consultancy een serie bijeenkomsten in november en december, in het kader van de orale geschiedenis met als titel

Herinneringen uit de Immigratietijd

Al enkele duizenden jaren waren mensen ongeletterd. Dit geldt nog altijd voor de meerderheid van de inwoners in India. De eerste generatie Hindoestanen in Suriname, de contractarbeiders, waren eveneens overwegend analfabeet. De tweede generatie en daarna hebben steeds meer scholing genoten.

Ook de Hindoestanen hebben zich door de eeuwen heen voorstellingen gemaakt van hun samenleving, de bovennatuurlijke krachten, hun koningen, helden en hun geschiedenis. Een deel van deze voorstellingen werd uitgedrukt in de vorm van volksverhalen, die van generatie op generatie werden doorgegeven. Vroeger was de mondelinge overlevering de belangrijkste communicatievorm. Onder de tweede generatie Surinaamse Hindoestanen waren er boeiende verhalenvertellers. Deze verhalen hadden zij van hun ouders geleerd. Ook vele vrouwen zijn op dit terrein verdienstelijk geweest.

In de volksverhalen speelden meestal vorsten een belangrijke rol. Alle verhalen hadden een morele ondertoon.
Onze belangstelling gaat ook uit naar de verhalen na de contracttijd. Verhalen die u of uw adji, dada, náná of náani aan ons wil vertellen.  De verhalen die in Suriname werden verteld, zijn niet of nauwelijks vastgelegd. Met het uitsterven van de tweede en de derde generatie Hindoestanen zullen deze verhalen niet meer worden doorgegeven. Cultuurverlies? Ja zeker. Het zou cultuur – historisch waardevol zijn om zoveel mogelijk van deze verhalen vast te leggen.

Wij hebben de onderwerpen die we willen behandelen geordend.

De bijeenkomsten worden georganiseerd op de volgende dagen:

15 november Brouwersgracht 2, Den Haag. Aanvang 14.00
Het einde van het contract

Hoe was de situatie van onze voorouders in de eerste jaren na de beëindiging van het contract Welke obstakels kwamen ze tegen in hun nieuw leven en hoe zijn ze hiermee omgegaan Wat hebben uw voorouders u hierover verteld? Welke verhalen zijn bij u bekend?

29 november , Brouwersgracht 2 in Den Haag. Aanvang 14.00
De opstand van Marienburg in 1902

De opstand van Marienburg in 1902 was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van contractarbeid in Suriname. In deze bijeenkomst worden de bronnen behandeld van deze geschiedenis van de opstand. Komt u zelf uit Marienburg en heeft u verhalen gehoord over de opstand van familie en vrienden, breng dan uw verhaal mee.

6 december 2009, Brouwersgracht 2, Den Haag. Aanvang 14.00
Terug naar Uttar Pradesh

Van ruim 34.000 immigranten keerde eenderde terug. Sommigen zijn opnieuw geëmigreerd vanuit India naar Suriname. Wie kent in zijn -haar familie mensen die teruggekeerd zijn en misschien nog contact hebben onderhouden met Suriname. Welke verhalen zitten achter deze zoektochten.

Voor info kijk op http://www.sarnamihuis.nl of http://www.amcon.nl

Sarnamihuis
Brouwersgracht 2, Den Haag.

Aanvang 14.00. Entree 2 euro. Gaarne aanmelden bij info@sarnamihuis.nl

Nu ook 20 jaar oude graven geruimd

Op 1 september jl. maakte het Heilig Verbond het volgende bekend:

“Het Rooms Katholiek Begrafenisfonds “Heilig Verbond” maakt naar aanleiding van de Wet van 26 juli 2007, SB no. 91, nadere wijziging van de begrafeniswet van 1959 (GB. 1926 no. 117, geldende tekst G.B. 1959 no 119, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2001 no. 38) bekend dat:

• Te rekenen van 1 augustus 2009 alle graven van 20 jaar en ouder in aanmerking komen voor ruiming.
• Het R.K. Heilig Verbond in de periode augustus- november 2009 zal overgaan tot het ruimen van graven van 20 jaar en ouder.
• Degene die verlenging van grafrecht (behouden van het graf) wenst, hebben de gelegenheid dit zo spoedig mogelijk aan te vragen.
• Voor verlenging van het grafrecht (10 jaar) zal éénmalig het bedrag ad SRD. 2.400,- (Tweeduizend vierhonderd SRD) betaald moeten worden (wijzigingen voorbehouden).
• N.b. I.v.m. de herinrichting van de begraafplaats zullen graven waarvoor verlenging van grafrecht is gevraagd, verplaatst worden.
• Belanghebbenden kunnen voor alle informatie terecht bij het kantoor van het Heilig Verbond.

Contact adres: Schietbaanweg # 35, Tel.: 472185 van maandag t/m vrijdag van 08.00 – 13.00 uur.
E-mail: rkheiligverbond@yahoo.com

Paramaribo, 01 september 2009
Het bestuur van het R.K. Begrafenisfonds “Heilig Verbond”

Eerder gaf het Heilig Verbond aan dat graven van 30 jaar en ouder geruimd zouden worden.  Maar blijkbaar door het lage percentage grafverlengingen worden nu ook graven van 20 jaar oud geruimd worden.

Hieronder volgt de laatste namenlijst van te ruimen graven.
Namenlijst Grafruiming RK Heilig Verbond deel 3 nov 2009
Bekendmaking Reglement Heilig Verbond Sept2009

Met dank aan Ank de Vogel.

Verslag Debat Hira – Oost Indië

Historicus Sandew Hira moet niets hebben van de tempo doeloe-stroming, deskundigen die het koloniale verleden van Suriname zouden goedpraten. En daarmee de slavernij. “Het zijn kolonialen, racisten”, schrijft hij in zijn publicatie Dekoloniseer de geest. Tot ergernis van Prof. Dr. Gert Oostindie. Die wilde een openbaar debat. Het mondde uit in definitieve verwijdering tussen de twee wetenschappers.

Met de opmerking dat ‘een professor nog geen wetenschapper is’ zet Sandew Hira de toon voor het debat op zondag 25 oktober in het gebouw van de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. Hira gaat verder achter zijn spreekgestoelte. Volgens hem is iemand die veel leest en schrijft dat ook niet.“Als je veel geschreven hebt in de trant van: en toen, en toen en toen, bigi bere nyan panpun!” De zaal lacht even, zij het onwennig. Wie er zichtbaar moeite mee heeft, is Gert Oostindie. Hij verbijt zich achter de presentatietafel. Het is dan al duidelijk dat er van een keurig debat weinig terecht zal komen.

Tempo doeloe
Hira heeft geen waardering voor het werk van belangrijke namen in de Surinaamse geschiedschrijving. “Het is geen wetenschap, maar ideologie.” De historicus van Surinaamse komaf staat erom bekend het debat niet te schuwen. “Ik ben niet boos of gefrustreerd, ik baseer me op feiten”, houdt hij zijn gehoor voor. Naast Gert Oostindie, moeten de professoren Piet Emmer en Rudolf van Lier het ontgelden.

Ook journalist John Jansen van Galen krijgt een veeg uit de pan. Ze zijn aanhangers van de tempoe doeloe-stroming,vindt Hira. Een stroming die kolonialisme goedpraat. De term tempo doeloe komt uit Indonesië. Het verwijst naar een tijdperk dat is afgesloten, maar waar mensen goede herinneringen aan hebben.Voor de geschiedschrijving betekent het volgens Hira dat de tempo doeloe-deskundigen het goede in het kolonialisme proberen zien. Hira is aanhanger van de ándere wetenschappelijke stroming. Die ziet kolonialisme als een systeem van uitbuiting en onderdrukking.

Argumenten
“Piet Emmer is een racist”, stelt Hira. Hij laat een uitspraak van Emmer zien die hij in 2008 heeft gedaan in Paramaribo. “Emmer noemde de afschaffing van de slavernij een typisch kenmerk van Westerse beschaving. Maar wie heeft de slavernij dan ingevoerd, het zijn zeker weer de Marokkanen!?” Hira haalt ook citaten van Oostindie aan, waaruit zou blijken dat zijn opponent een koloniaal is. Zo zou Oostindie vinden dat bij de afschaffing van de slavernij het economische motief geen rol heeft gespeeld. Ook herhaalt Hira zijn kritiek op Van Lier, eerder geuit in zijn boek Van Priary tot en met de Kom (1983).

Van Lier stelt in zijn standaardwerk Samenleving in een grensgebied (1949), dat de Surinaamse samenleving is ontstaan doordat mensen gezamenlijk doeleinden hebben afgesproken om overeen te komen. Hira stelt hier tegenover dat de slaaf en de meester nooit een afspraak hebben gemaakt dat de meester de slaaf uit Afrika mocht halen. “Het is nergens  aantoonbaar.” Ook kijken de tempo doeloe-aanhangers volgens hem neer op Anton de Kom. Terwijl Hira hem juist hoog heeft zitten. “Ik sta met trots op de schouders van Anton de Kom”, vertelt hij.

Beneden peil
Oostindie ziet zich genoodzaakt na “de beledigingen” van Hira aan zijn adres af te wijken van zijn voorbereide presentatie. Bijna was hij niet meer gekomen, maar deed dat toch omdat hij de Vereniging Ons Suriname een warm hart toedraagt en een debat over de Surinaamse geschiedschrijving belangrijk vindt.

Oostindie is kort over de inhoud van Hira’s presentatie. “Het is wetenschappelijk ver onder de maat en ik vind het intermenselijk gezien zwaar beneden de gordel.” Hij merkt verder op dat zijn citaten uit hun verband zijn gerukt en verdraaid. “Wetenschappelijk een doodzonde.” Hiermee heeft Hira zich gediskwalificeerd, vindt Oostindie, omdat hij de regels van het vak aan zijn laars lijkt te lappen en hij ook met achterhaalde stellingen komt. “Als je de literatuur niet bijhoudt en die literatuur die je wel bijhoudt, verkeerd citeert, verdraait en kritiek levert, is dat beneden peil. Geen enkele student op mijn universiteit zou met zo’n paper weg kunnen komen. Zwart, wit, maakt niet uit. Het is gewoon beneden peil.”

Wetenschappelijke Geert Wilders
De aanwezigen waren voorbereid op een stevig debat, maar velen moesten toegeven dat ze even moesten bijkomen van de felheid.  Historicus Hans Ramsoedh vindt de felle uithalen van Hira het debat niet dienen. “Je kunt iemand niet als een wetenschappelijke Geert Wilders neerzetten.” Muzikant Ronald Snijders zegde een optreden af om naar Amsterdam te komen. Hij is niet tegen Oostindie, benadrukt hij, maar zegt te neigen naar Hira. Snijders vindt het tijd worden dat meer Surinamers hun eigen geschiedenis gaan beschrijven.

Rol NiNsee
De vete tussen Hira en Oostindie sluimert al jaren. Het kwam weer aan de oppervlakte nadat Hira eerder dit jaar zijn paper presenteerde tijdens een symposium van het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee). Oostindie was niet aanwezig op die bewuste bijeenkomst. Hij  hoorde het via via, “ook van Surinamers.” De wetenschapper vond het jammer dat het instituut niet het initiatief nam tot een debat, zodat hij zich kon verweren. NiNsee-directeur Artwell Cain is zich van geen kwaad bewust. Hij benadrukt dat het om een vete tussen twee wetenschappers gaat en dat zijn instituut daarbuiten staat.

De kans dat het debat een vervolg krijgt is klein, omdat Hira heeft aangekondigd zelfs op internationale fora door te gaan met zijn kritiek op de tempo doeloe-stroming. Ook lanceert hij volgend jaar een wetenschappelijk tijdschrift waarin hij Dekoloniseer de geest verder uitwerkt met andere wetenschappers.

[Bron: RNW]
[Url: http://www.rnw.nl/nl/suriname/article/opnieuw-ruzie-over-surinaamse-geschiedschrijving%5D

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 170 other followers